Reuzen in de Brielmeersen

door Eddy op 13 Aug 2010

’s Zondags durven  wij eens een toertje  gaan lopen ‘voor de gezondheid’  in de Brielmeersen.   Nu waren  wij laatst  wel verrast door de vele grote witte ‘voetballen’ die her en der verspreid lagen langs de Finse looppiste.    Het wk is toch al een  tijdje gedaan ? 

Zo’n grote paddestoelen in de zomer ?

Jawel,  ook in de zomer  kan je veel paddenstoelen vinden, vooral als het een (paar) dagen heeft geregend. Het grootste exemplaar van de Reuzenbovist die we hebben gezien,  meet 76×50 cm en is ongeveer een 40 cm hoog.

Hij is van de familie van de Buikzwammen en lijkt dus op een grote , roomwitte en gladde voetbal.  Uiteindelijk kleurt hij donker, en inderdaad, de woensdag daarop ziet hij er al  veel minder minder apetijtelijk uit.   Hij breekt dan open , en bij aanraking (beroering) worden dan wolken bruine sporen aan de lucht afgegeven.

Jonge exemplaren , die van binnen nog mooi wit zien, zouden eetbaar zijn.  De in sneden gesneden zwam kan gebakken worden. 

De Reuzenbovist,  Langermannia gigantea,  is niet zo algemeen, maar wordt door zijn grootte vaker waargenomen dan  op grond van zijn verspreiding zou mogen verwacht worden.

De soortnaam, gigantea, betekent ‘reusachtig.  Het luciferdoosje op de foto is om u een idee te geven van zijn grootte.

- Alle paddenstoelen in Vlaanderen zijn beschermd en mogen niet geplukt  of gevoetbald worden :)

 

reuzeboleet 082010

Dieet van een reiger

door Koen op 10 Jul 2010

Enkele weken geleden vond ik een nogal eigenaardig ‘ding’ op een wandeling in de Leiemeersen te Bachte-Maria-Leerne. Het ‘ding’ is 10.5 cm lang en ongeveer 3.5 cm lang, donkergrijs, vrij zacht van structuur en ietwat gebobbeld. Aan één uiteinde steekt een lange insectenvleugel uit, wat me doet vermoeden dat het om een braakbal gaat, maar dan wel een heel groot exemplaar, en niet te vergelijken met de braakballen die we kennen van bv. een kerkuil.
Na wat opzoekwerk op internet en wat navragen blijkt dat heel wat vogelsoorten braakballen produceren. Niet enkel uilen, maar ook heel wat andere vogels die prooien inslikken waarvan niet alles oplost in het zuur van de maag, verwijderen de botjes en andere moeilijk te verteerbare resten via braakballen. Het gaat bv. om kraaiachtigen, roofvogels, reigers, ijsvogels en meeuwen (http://www.ivn-geysteren-venray.nl/Lezing%20Braakballen.htm). Onze braakbal is hoogstwaarschijnlijk afkomstig van een blauwe reiger, de enige soort die volgens de hier vermelde website dergelijk grote braakballen produceert. Ook de vindplaats, vlak bij de op een na grootste reigerkolonie van het land, sterkt dit vermoeden.
Door braakballen uit te pluizen kan je veel leren over het dieet van de producent en over het al dan niet voorkomen van bepaalde prooien in een bepaald gebied. Denken we bv. maar aan de vele kerkuilbraakballen die natuurliefhebbers uitpluizen om meer te leren over de verschillende (spits)muissoorten die in een natuurgebied voorkomen.
Het zuur in de maag van een reiger is behoorlijk straf spul. Je vindt dan ook geen graten terug in de braakballen, deze worden mee opgelost. Ook van beentjes van andere gewervelden blijft meestal niet veel over. De typische grijze kleur van reigerbraakballen leert ons wel iets over zijn diner. Deze kleur is het resultaat van mollenhaar, reigers zijn blijkbaar goede mollenvangers en het sterke zuur in de reigermaag kan geen mollenhaar verteren. Zoals hierboven vermeld, stak er ook een insectenvleugel in de braakbal. Na openprutsen van de braakbal vind ik in totaal 7 vleugels, twee achterlijven, één kop en één middenstuk van wat ongetwijfeld ooit twee libellen waren. De libellenresten zijn helaas niet meer gekleurd en dus voor een leek als ik moeilijk te determineren. Wie zich echter geroepen voelt om de soort aan de hand van de nog intacte vleugels (in de vleugeltekening zijn bv. nog duidelijk de pterostigmata (de kleine gekleurde vlekjes aan de boven-en buitenkant van de vleugels) te zien) te determineren, mag zich melden. De resten van de braakbal blijven nog een tijdje in onze diepvries voor verder onderzoek.

Smeerwortel gevuld met geitenkaas en geparfumeerd met boerenwormkruid en pepermunt

door Eddy op 4 Jul 2010

Laatst stond Natuurpunt Deinze plus  met een mooie info stand aan het kasteel van Ooidonk tijdens het Montmartre evenement.   Tijdens de wandeling van natuurgids Koen Bilcke, vroeg een geïnteresseerde natuurliefhebber of smeerwortel eetbaar is.  Voorwaar geen eenvoudig antwoord !  na enig opzoekwerk in kookboeken heb ik een receptje gevonden in  ‘Het grote boek voor vergeten groenten’ van uitgeverij Deltas.  Ik ben zo vrij jullie dit mee te geven, geniet ervan  en  smakelijk !smeerwortel                                                                                                                                                                                    

   DSC03590             

                                                                                                                                                                          

Voorbereidingstijd                   : 15 min.

Bereidingstijd                              : 25 min.

 

Ingrediënten  (4 pers.)            :

Pannenkoekendeeg : 30 g boter, 75 g bloem, 1 ei + 1 eidooier, 15 cl. bier, snufje zout

Vulling : 1 rolletje verse geitenkaas, 10 blaadjes boerenwormkruid, 1 blaadje pepermunt, peper en zout, 8 bladeren smeerwortel, 20 gr. klaargemaakte boter

Voor het pannenkoekendeeg : verwarm de boter tot ze lichtbruin is.  Laat rusten en schuim de caseïnevlokken af.

Meng de bloem, het hele ei en de eidooier, bier en zout in een mengkom.  Giet het mengsel op de gebruinde boter terwijl u roert en laat 15 minuten rusten.

Voor de vulling : verkruimel de geitenkaas, vermeng deze met de gewassen en fijngehakte boerenwormkruidblaadjes en de munt.  Voeg peper en zout toe.

 - Eén van de zijden van de smeerwortelbladeren heeft rechtopstaande haartjes.  Vul deze zijde met het mengsel van geitenkaas en boerenwormkruid en plak twee bladeren samen.  Ze hechten aan elkaar als klittenband.  Bewerk zo alle bladeren.

- Verwarm de geklaarde boter in een pan met anti-aanbaklaag.  Dompel de smeerwortelblaadjes in het pannenkoekenbeslag en bak ze aan beide kanten bruin.  Dien warm op !

Recept van Domique Ruffieux, Zwitserland.

 

Je kan de jonge bladeren van smeerwortel ook  nog in salades gebruiken , maar ze zijn beter van smaak als ze gekookt worden zoals spinazie, gevuld of als beignets.

 

 

 

 

Witte tijger in stadsbos

door admin op 21 Jun 2010

nachtvlinders-groepNa aanhoudende geruchten plaatsten enkele natuurgidsen in de late avond van zaterdag 19 juni ll. 2 kooien op een beschutte plek aan de rand van het stadsbos in Deinze. De kooien werden voorzien van een lamp om de dieren te lokken en werden vakkundig geconstrueerd zodat ontsnappen sterk werd bemoeilijkt. Tot grote verrassing, want het weer was niet optimaal, ontdekte men in de vroege morgen een bijzondere vangst: witte tijgers, beren, uilen en huismoeders. Om deze eigenaardige combinatie toe te lichten: we spreken hier over nachtvlinders.

Deze groep fladderende diertjes zijn bijzonder actief tijdens de nacht, waardoor ze ook nauwelijks gekend zijn bij het grote publiek. Ongelofelijk hoe het nachtleven in het nabijgelegen stadsbos en omgeving zo (bio)divers kan zijn.
Een tiental natuurgidsen startte onder de deskundige leiding van Etienne en Rik met de inventarisatie van de gevleugelde gevangenen.

Witte tijger

Witte tijger

Natuurlijk vallen de grootste exemplaren het meest op: een Pauwoogpijlstaart, Groot avondrood en een Populierenpijlstaart. Jong en oud stond versteld van de pracht van deze nachtdieren. Verder vonden we nog tal van kleinere diertjes met soms meer of minder voor de hand liggende namen: Snuitvlinder, Koperuil, Haarbos en zelfs een Huismoeder. Ook enkele meesters in camouflage zoals de Houtspaander, die inderdaad in een stapeltje takjes onmogelijk terug te vinden zou, zijn ontbraken hier niet.

Ondanks het frisse weer, konden we uit de 170 nachtvlinders 35 soorten noteren die tot 5 verschillende families behoren.
Door met de stevige vliegspieren te trillen, warmden ze zich op tot de juiste temperatuur om daarna een betere beschutting te kiezen, zodat ze klaar waren om de volgende nacht in te gaan.

Houtspaander

Houtspaander

Populierenpijlstaart en Groot avondrood

Populierenpijlstaart en Groot avondrood

Schooltje in Vinkt mag trots zijn op haar “rotstuintje”

door Karel op 1 Jun 2010
Tongvaren (foto Karel De Waele)

Tongvaren (foto Karel De Waele)

Op aangeven van Eddy Saveyn ging ik vandaag 1 juni een kijkje nemen op de speelplaats van de Vrije Basisschool van Vinkt. Eddy had er met zijn school op 30 mei tijdens een fietstocht een rustpauze gehouden, en hij had er een grote groeiplaats gevonden van wat hij (terecht) vermoedde een honderdtal tongvarens.
Op de foto hieronder kan je zien dat het inderdaad een zeer grote groeiplaats is van zeker 2 meter lang en 80 cm breed (het bord eronder is 1 m breed). Er staan zelfs al “zaailingen” (slecht woord, want varens verspreiden zich met sporen en niet met zaden) onder het bord, maar dat is niet op de foto te zien.
Vermoedelijk sijpelt er in de hoek van het platform en het muurtje bij hevige regenval water naar beneden, zodat de vochtigheid er net van pas is. En onder het afdak is het ook duister genoeg en komt er zeker nooit zon, iets wat de tongvaren ook graag heeft. Want de natuurlijke groeiplaatsen van tongvarens zijn steile rotsen in de schaduw of steile beschaduwde hellingen van ravijnbossen, die men uiteraard wel in Wallonië tegenkomt, maar niet in Vlaanderen. Hier moet de tongvaren zich tevreden stellen met dergelijke vochtige en beschaduwe plekjes. In oude steden in Vlaanderen is het ook niet uitzonderlijk om tongvarens te vinden in oude rioolputjes langs de straat. En als men op het platteland een oude waterput ziet heeft men ook veel kans aan de binnenkant die plant te vinden.
In Deinze waren tot voor kort 3 plekken bekend met tongvaren: één op een steile oever van een gracht in de buurt van het kasteel van Ooidonk, waar enkele mooie exemplaren het duidelijk naar hun zin hebben. Op de twee andere plaatsen, op oude muren, is de plant sedert vorige zomer verdwenen wegens uitdroging.
Voor de leerkrachten van het schooltje is dit een unieke kans om eens aandacht te besteden aan hun prachtig ‘rotstuintje’ op hun speelplaats. Meteen ook een mogelijkheid om een uitstap naar hun “Ardennen” te doen, zonder de maximumfactuur voor schooluitgaven te belasten. En met een beetje fantasie kan men van de les “biologie” overwippen naar de les “geschiedenis” om over de Ardense Jagers uit de tweede wereldoorlog te spreken…

Hommels in de nestkast

door Noel op 25 Mei 2010

Eventjes wat voorgeschiedenis.

Voor we op reis waren had een koolmees paar al vlijtig bezit genomen van een nestkastje.

Na de reis vond ik het verdacht stil in en rond de kast maar gaf er verder niet veel aandacht aan. Tot op een dag dat ik wat nestmateriaal voor het vlieggat zag zitten. Nu wou ik daar toch het fijne van weten en eens zien wat was er hier gebeurd? Ik opende het bovenste luik en onmiddellijk vlogen er een tiental hommels mij om de oren, één stak mij in de arm waarop ik me wijselijk uit de voeten maakte. Nog een paar uur lang vlogen ze heel agressief rond de kast. Vrij vlug kon ik ze determineren:

Bruin borststuk, zwart achterlijf met witte punt. Kwam dus uit bij “boomhommel”

Verder las ik dat hij vrij algemeen was,nestgelegenheid zocht in boomholten,nestkastjes en ook in spleten en onder dakpannen.
De nesten kunnen bestaan uit 80 tot 400 stuks,de mijne is zeker goed bevolkt.
De steek zelf is veel minder pijnlijk dan van de honing bij, de angel wordt terug getrokken en blijft dus niet in de huid zitten. Na en steek sterft de hommel dus niet.

Bij mij voelde het aan alsof ik gestoken was door een zeer warme en fijne naald. Na een 5 tal min. was de meeste pijn over.

Elke dag ga ik nu eventjes naar het kastje kijken,het is een uit en aanvliegen de hele dag. De meeste met een vrij groot bolletje stuifmeel aan een van de pootjes. Wat ook bijzonder is ,een hommel houd blijkbaar de wacht bij het vlieggat, niemand komt er in zonder dat hij betast of besnuffeld wordt. Bij warm weer zitten er een paar bij het vlieggat met hun vleugels te trillen dit om het nest te koelen of te verluchten.

Neen het zijn geen meesjes dit jaar maar toch even boeiend.

Als er nog iets gebeurt, je hoort het wel.

Ooievaars geboren in de Brielmeersen

door Koen op 19 Mei 2010

De afgelopen dagen zijn zes ooievaarskuikens geboren in het park de Brielmeersen in Deinze. De ooievaar was ooit bijna uitgestorven in ons land. Enkel in het Zwin bleef een grote kolonie bestaan en later ook in Planckendael. Nu komen daar nog eens de Brielmeersen bij en dat is een opsteker voor iedereen die de statige vogel een warm hart toedraagt.
In het 30 hectare grote Brielmeersen overwinteren al enkele jaren ooievaars. Dit jaar waren het er zelfs een vijftiental. Op grote palen werden platformen van ongeveer een vierkante meter gebouwd, zodat de ooievaars er hun nesten kunnen inrichten. Nu werden, verspreid over twee nesten, zes ooievaarskuikens geteld. En het kunnen er nog meer worden. “Uit een derde nest met twee eieren zijn nog geen jongen gekomen en van twee vreemde ooievaarskoppels weet ik niet hoeveel eieren er in het nest liggen”, aldus parkbeheerder Adelin Haelvoet. Men hoopt in Deinze alvast op droog weer de komende dagen om de overlevingskansen van de kuikens te vergroten. De broedende ooievaars met kuikens hebben nu al veel bekijks in het domein.

Overgenomen van http://www.bloggen.be/deinze/ (blog Stefaan De Groote)